‘Je mag ons op je blote knieën bedanken dat we het hier bij laten.’

Gezien de omstandigheden is het wellicht totaal ongepast, maar bij de gedachte aan blote knieën word ik alweer zo geil als boter. Wat is er toch mis met mij?

‘Hoor je me Erik?’

Ik ben lui, licht katerig en voel een semi opkomen.

‘Eh, ja, ‘tuurlijk. Ik hoor je. En bedankt, maar waarom…’

Ik haper, ik zou beter m’n mond houden. Ze is pissig, zéér pissig, en het wordt alleen maar erger.

‘Waarom wat?’

‘Wel… Wat bedoel je met “het hier bij laten”. Ik bedoel maar: ze was toch meerderjarig, het is niet dat ik iets illegaal heb gedaan, of wel?’

Terwijl ik het zeg, begin ik zelf te twijfelen. Haar ogen worden groot en sproeien giftige haat in m’n gezicht. We zitten ver van elkaar, haar immens houten bureau tussen ons in, maar toch ruik ik haar typerende penetrante geur van oubollige eau de toilette vermengd met permazweet. Zo ruikt ze altijd, op eender welk moment van de dag je haar tegenkomt, op eender welke dag van het jaar. Ik veronderstel dat dit kenmerkend is voor vrouwen van haar leeftijd.

Ze kucht, kijkt even naar haar zakelijk gevouwen, lichtjes gerimpelde handen, dan terug naar mij en zegt met bijna trillende stem: ‘Strikt genomen is het niet illegaal neen. Maar we zouden een tuchtprocedure kunnen opstarten en dan komt het in jouw dossier te staan. En denk maar niet dat je dan ooit nog ergens les zal geven.’

Paniek. Bestaat er een dossier over mij? Wat een beangstigende gedachte.

Ze kucht opnieuw, schraapt haar keel en uit zenuwachtigheid fatsoeneert ze de smetteloze stapel papieren die voor haar op het bureau ligt. Dan besef ik plots hoe het zit. Ze bewijst mij helemaal geen dienst door deze zaak geruisloos onder de mat te schuiven, of toch niet uitsluitend: in eerste plaats denkt ze natuurlijk aan de reputatie van haar school. Ik voel me bevrijd, alsof de ketens opeens van m’n polsen zijn gegleden, en ik kan het niet nalaten om even te grinniken.

‘Oei neen,’ merk ik fijntjes op, ‘een tuchtprocedure, dat kunnen we best vermijden.’

‘Precies.’

‘Juist.’

Wat een kutjob heeft deze vrouw, niks om jaloers op te zijn. Niet alleen heeft ze een horde hormonaal ontspoorde, vrijzinnige jongeren onder de knoet te houden, ze moet ook nog eens proberen te beletten dat een bende incompetente, totaal corrupte onderwijzers alles naar de kloten helpt. Die laatste zijn ongetwijfeld de ergste. Die laten zich niet intimideren door een vermaninkje in hun agenda en die hoeven zich geen zorgen te maken over slechte punten of wat dan ook. In het slechtste geval, als ze het echt te gortig maken, zoals ik dus, worden ze buitengesmeten en so what? Op naar de volgende school, er zijn er genoeg en ze zoeken allemaal volk, zeker hier in Brussel. Wat maakt dat je als leraar in het Brusselse al echt moeite moet doen wil je ontslagen worden. Je moet, bij wijze van spreken, al op heterdaad betrapt worden met je stijve fluit in een leerling om het voor mekaar te krijgen. Zoals ik dus.

‘Oké dan,’ concludeert ze. ‘Laten we het papierwerk in orde maken. Dat is een hele opgave.’

Ze neemt het bundeltje papieren ter hand, draait enkele bladzijden om en zucht dan, immens geïrriteerd: ‘Hm, dit zijn de verkeerde documenten. Ik zou nochtans zweren…’

Ik kan het niet helpen, maar ik amuseer me te pletter. De directrice duidelijk niet. Ze lijkt echt nerveus als de pest, terwijl dat toch vreemd is? Hoelang draait deze vrouw al mee? Minstens veertig jaar, dan kan niet anders. Dit soort zaken moet toch routine zijn voor haar.

Ze blijft onhandig bladeren door de papieren, ondertussen binnensmonds prevelend, en ik zweer dat ik haar gezicht, dat tot de meest stoïcijnse binnen het katholieke onderwijsnet mag worden gerekend – en dat wil wat zeggen – langzaam rood zie worden.

Dan staat ze op, schraapt haar keel en kucht nogmaals – een zenuwtrek die ze kennelijk speciaal voor deze gelegenheid heeft aangekweekt – en op een volkomen mislukte autoritaire toon, zegt ze: ‘Oké, Erik, blijf even zitten, ik ga even om de juiste papieren. Dit…eh. Ik… ben dadelijk terug.’

‘Doe maar rustig, Daisy,’ grijns ik, haar voor de allereerste keer in m’n leven bij de voornaam aansprekend. ‘Ik ga nergens heen.’

Danig over haar toeren stormt ze haar kantoor uit en ik hoor haar galopperende hielen nog even galmen in de verlaten schoolgang, daarna het statige kabaal van de loodzware buitendeur die dichtvalt. Door het raam achter haar bureau zie ik haar de ontspanningsruimte oversteken, richting het nieuwe gebouw, waar inderdaad sinds begin van dit schooljaar de administratie is ondergebracht. Het is een mooie dag, vlekkeloze blauwe hemel, warm voor december. De invallende zon zorgt voor een aangename, ja zelfs gezellige warmte in dit nochtans akelige kantoor.

Ik denk terug aan Yama, het geile grietje door wiens schuld ik hier op deze stoel zit. Nu ja, schuld… dat is wellicht te sterk uitgedrukt. Hoewel het uitdrukkelijk haar idee was om gisterenmiddag in het AV-lokaal te gaan neuken, is het niet zo dat ik enig verzet of zelfs terughoudendheid aan de dag heb gelegd. Een tijd terug hadden we het ambitieuze plan opgevat om in elk lokaal in heel de school een keertje te neuken, en het AV-lokaal was eigenlijk nog een van de minst gevaarlijke. De bibliotheek, de koffiekamer: dát waren de gevaarlijke. Daarbij vergeleken was het AV-lokaal een makkie, ik kan de keren dat ik daar ben klaargekomen amper herinneren. Misschien was dat het probleem: te nonchalant, te slordig.

Yama was lang niet de eerste studente op deze school waarmee ik seks had, maar wel de coolste. Bij die andere bleef het vaak bij een, twee of hoogstens drie keer, maar bij Yama duurde het veel langer. Voor we gisteren betrapt werden, hadden we toch al mooi negen lokalen afgewerkt. Ze volgde allebei mijn vakken – Engels- en Nederlandstalige literatuur – dus dat maakte het vrij eenvoudig om af te spreken. De grootste uitdaging was om lege lokalen te vinden, wat soms erg frustrerend was. Stel je voor: je loopt door de gangen met een smoorheet, bloedgeil meisje naast je, allebei de zinnen gezet op verboden seks, maar de klok tikt en je treft de ene gevulde aula na de andere aan. Om gek van te worden. Een bezemkast kan natuurlijk altijd soelaas bieden, maar zo krijg je dat lijstje weer niet afgewerkt… Vervelend.

Als docent meisjes scoren op een hogeschool is absoluut niet moeilijk, sterker nog, het is bijna onvermijdbaar. Ik ben zelf amper achtentwintig jaar oud, zesentwintig pas toen ik hier begon, en dus slechts een paar jaar ouder dan de studentes, en je ziet elkaar de godganse dag, élke dag. Ze bieden zich werkelijk aan in bosjes. Sommige doen dat met het oog op goede punten, andere uit pure lust of voor de kick, of om hun klootzak van een vriendje een loer te draaien. Yama deed het ‘om haar moeder te kloten’, heeft ze me eens toevertrouwd. Nou ja, mij een zorg wat haar precieze beweegredenen waren. Ik deed het omdat het leuk was, het zorgde voor vaart in mijn dagen en het verlichtte de onmenselijke katers die ik vrijwel dagelijks meetorste.

Een aantal van de studentes zitten op kot in Leuven en aangezien ik zelf in Leuven woon en drink, loop ik hen regelmatig tegen het lijf op café of bijvoorbeeld in de Tiensestraat. In het begin vond ik dat vervelend en onwennig, maar al snel zag ik de voordelen in. Een dronken gesprek aan de toog is een uitstekende uitvalsbasis om later, terug op de school, de paringsdans in te zetten. Zo verliep het ook met Yama, al wist ik na die eerste ontmoeting niet goed wat van haar te denken. Ze was zoveel cooler dan al die andere grietjes, heel vastberaden, maar op een mysterieuze manier. Een houding waar ik niet meteen een pasklaar antwoord op wist te verzinnen. Meestal stelden de meisjes zich vrij onderdanig op, geïntimideerd zelfs, wat mij vrij spel gaf om de dans te leiden, hetgeen op de duur geheel op automatische piloot gebeurde. Bij Yama voelde ik me plots kwetsbaar, of toch niet absoluut onoverwinnelijk.

Tijdens een waanzinnige donderdagnacht, die ik met whiskey aan het afronden was in mijn stamkroeg De Vrijheid, zat ze plots naast mij. Het was begin oktober maar nog smerig heet buiten, zelfs in het holst van de nacht.

‘Dag meneer De Man.’ Ze sprak de woorden traag en gedecideerd uit, niet giechelig of half kakelend zoals de meeste van haar soortgenoten.

Ik schrok even, omdat ik in haar nooit het feesttype had vermoed en omdat ik haar nog nooit in Leuven had gezien, maar ik schakelde redelijk snel en feilloos in m’n geroutineerde rol.

‘Dag Yama. Zeg maar Erik hoor.’

Ze glimlachte en ik vroeg zo onderkoeld mogelijk: ‘Wat drink je?’

‘Wat ben jij aan het drinken?’

‘Jacky D, puur. De sletterige koningin der dranken.’

‘Klinkt lekker.’

Ik bestelde bij m’n makker Dré, die ons de drank voorschotelde en mij middels een vunzige knipoog succes wenste bij m’n nieuwe verovering. We klonken onze glazen tegen elkaar en aanvankelijk ontspon zich een standaardgesprek, met platitudes over de school, mijn cursus, mijn debiele collega-docenten, haar debiele collega-studenten enzovoort. Hoe eentonig en inwisselbaar deze gesprekken ook altijd zijn, ik verplicht mezelf steeds om aandachtig bij de les te blijven, want in dit stadium wordt de kiem van een succesvolle seksrelatie gezaaid. Dat ze een potentiële kandidate zijn, hebben ze zelf al duidelijk gemaakt door mij in bezopen toestand aan te spreken, maar het is aan mij om ze over de streep te trekken. Wat absoluut uit den boze is en ook het laatste wat ik zelf wil, is dat ze gaan denken dat ik een zielige perverseling ben. Ik moet mezelf ervoor behoeden niet te ontvankelijk over te komen tegenover hun avance, ik moet een zekere afstand bewaren, zonder hen definitief af te stoten. Een evenwichtsoefening dus, die veel tijd, en doorgaans ook veel drank vergt. Belangrijk is om goed te luisteren naar wat ze te zeggen hebben en nauwkeurig hun reacties af te toetsen op de dingen die ik zelf vertel. In feite komt het er op neer om hun motief te ontcijferen, zodat ik daar vervolgens subtiel op in kan spelen.

Bij Yama lukte me dat niet echt. Ze behaalde op zichzelf al uitstekende resultaten, dus om punten was het haar niet te doen. Er werd ook met geen woord gerept over een vriendje dat haar verwaarloosde, dus de ‘gebrek aan affectie’-kaart kon ik ook niet spelen. Noch toonde ze overdreven interesse in mijn persoon of zocht ze lichamelijk contact in de vorm van een hand op de knie of een zacht knijpje in de onderarm. Voor mij was het een uiterst vreemde ervaring, temeer omdat ik ondanks het gehoopte uitzicht op seksueel succes hoegenaamd niet het gevoel kreeg dat ik m’n tijd zat te verdoen. Het klinkt zeemzoeterig en het past totaal niet in mijn kraam, maar feit was dat we gewoon een aangenaam gesprek hadden. Ik was verscheurd: enerzijds voelde ik me dwaas en afschuwelijk metroseksueel, anderzijds had ik de tijd van m’n leven.

Nota bene: ze was niet alleen heel intelligent maar ook verschrikkelijk mooi. Echt een plaatje. Niet al te groot, misschien zelfs klein, maar niet dat het opviel. Ze had een dikke, kastanjebruine haardos die ze nonchalant opstak in een dotje en op haar neus een bruine hipsterbril. Haar lippen waren erg dun en subtiel rood gestift. Ze droeg een zwart-wit, horizontaal gestreept jurkje dat strak om haar gestroomlijnde lijf spande en tot halverwege haar dijen reikte, waardoor een ongeloof sexy stel benen bloot bleef. Maar het mooist van al waren d’r ogen. Groot, donkerbruin, bijna zwart in de schaars verlichte kroeg, en niet al te zwaar opgemaakt. Moesten enkel die twee ogen autonoom naast mij zitten zweven en verder niks, ik was nóg in zwijm gevallen.

Dit alles maakt het des te onbegrijpelijker dat ik niet volkomen gepreoccupeerd was om die avond nog in haar onderbroek te zitten, of om op z’n minst mezelf van de zekerheid te vergewissen dat het ’s anderendaags op school zou gebeuren. Ik snapte er niks van.

Tegen het ochtendgloren namen we afscheid met een korte kus op de mond en daarna strompelden we allebei onze eigen weg op. ’s Anderendaags zat ze in m’n college Engelstalige literatuur – ik nog half zat en afziend als een beest – en verblijdde ze mij vanop de derde rij met een heerlijke knipoog. De dagen nadien speelde ze door mijn hoofd maar ik dronk me erdoor, constant in een roes, constant omgeven door energiek en losbandig volk, en dus met erg weinig ruimte voor uitvoerige innerlijke contemplatie. Dinsdagavond liep ik haar terug tegen het lijf, op de hoek van de Tiense en de Muntstraat. Zij met een handvol kwebbelende vriendinnen, ik moederziel alleen maar in m’n sas. Dinsdagnacht is doorgaans het moment waarop ik erdoor kom, ik het weekend eindelijk grotendeels heb uitgezweet. Wat mij erg aanstond was dat ze prompt haar vriendinnen wandelen stuurde en met mij naar De Vrijheid trok, ik hoefde het zelf niet eens voor te stellen.

Die tweede avond was opmerkelijk anders dan de eerste. Niet qua gesprekstof, maar eerder intertekstueel, zoals ik het in m’n colleges zou uitleggen. Het leek alsof we onze eigen unieke manier van flirten hadden ontwikkeld, een verholen tekensysteem dat alleen wij tweeën snapten. De tekens zaten verscholen in alles en in niets tegelijk: in woorden, in gebaren, in blikken, in stiltes, in pauzes, in klemtonen, in aarzelingen. Een soort alomtegenwoordige vibe die tussen twee personen kan zinderen. Veel te serieus naar mijn zin, dus ik was op m’n hoede.

Desalniettemin zijn we de dag nadien in aula 3A flink van bil geweest. Omwille van de geniepige aard van heel het gebeuren hadden we niet bepaald veel tijd om achteraf te knuffelen en te keuvelen, maar op andere gelegenheden praatten we nog vaak, zonder seks. Altijd hielden we het luchtig, ik opzettelijk, van haar kant weet ik het niet. Ik kon maar geen hoogte krijgen van haar. Op een gegeven moment vroeg ik het dus maar gewoon: ‘Waarom doe je dit eigenlijk?’ Haar antwoord ‘Om mijn moeder te kloten’, leek me iets te cliché en psychoanalytisch om waar te zijn, dus ik ging er niet verder op in.

Er was maar één bepaald onderwerp dat vaak terugkwam en waar ze zich enorm druk in kon maken: de directrice. Het takkenwijf in wier kantoor ik momenteel zit te wachten en van wie ik net de bons heb gekregen. Yama kon met geen goed woord spreken over haar, hoewel ze er volgens mij weinig last van had. De directrice hield zich, geloof ik toch, weinig op met modelstudentes als zij. In het begin was zij het die haar steeds opnieuw ter sprake bracht, op den duur deed ik natuurlijk mee, omdat ik al snel in de smiezen kreeg dat een rondje Daisy-bashen vrijwel steeds uitmondde in ofwel harstikke geile seks ter plekke, ofwel een concreet neukafspraakje een paar uur later. Het zou me niet verbazen moest haar idee om in elke ruimte van deze school minstens een keer te neuken ook iets te maken hebben met haar afkeer jegens de directrice. Maar goed, dat plan is sinds gisteren dood en begraven.

Het toeval wou dat uitgerekend hare eminentie zelve gisteren onverhoeds het AV-lokaal binnenwandelde terwijl ik Yama net over de mengtafel had geplooid. Het was een uitermate vervelende verschrikking. Plots stonden we oog in oog, m’n bazin en ik: zij in het deurgat met haar mond gewrongen in panische verbazing – een hartverzakking nabij zo te zien, en ik puffend en zwetend met m’n broek op m’n enkels, stotend als een woesteling, kwijlend geil door de ingehouden gilletjes van het heerlijke meisje onder mij. De directrice hapte letterlijk naar lucht en pivoteerde ondertussen het lokaal terug uit. Het was een kant-en-klare zaak: ik zou buitenvliegen, geen verhaal tegen in te brengen. Welk lot Yama stond te wachten, was nog een vraagteken. Hoe dan ook leek het haar op dat moment niet echt te deren. Ze moest er flink om lachen, meer zelfs: ze was buiten zinnen, extatisch en superopgewonden. In die omstandigheden kon ik niet anders dan die laatste beurt nog gauw hartstochtelijk af te werken, kwestie ook van in stijl ten onder te gaan.

Ondertussen is ze terug haar kantoor binnengelopen, in hoge draf, met een nieuwe bundel papieren in haar handen geklemd. Hijgend van de inspanning laat ze zich in haar stoel vallen.

‘Zo,’ zegt ze, terwijl ze haar ouderwetse coupe fatsoeneert, hoewel in dat onkreukbaar gesteven kapsel geen haar nog kan verroeren. ‘Dat was niet eenvoudig te vinden.’

‘Jammer dat je het toch gevonden hebt,’ grap ik knipogend. Ik voel me nog steeds opgeruimd en monter, het kan me allemaal niks meer schelen. Dus neem ik mezelf voor er nog het beste van te maken.

Antwoorden doet ze niet, ze gromt gewoon iets onverstaanbaars. Dan neemt ze het bovenste blad van de stapel en schuift het over het bureau naar mij toe. ‘Hier tekenen,’ instrueert ze streng.

Hoewel ik geen hemd draag en dus ook geen borstzak heb, tast ik werktuigelijk naar m’n borst om te kennen te geven dat ik geen pen bij me heb. Zelfs dat maakt haar kwaad en met een smak legt ze een pen voor me neer.

‘Eens kijken,’ mijmer ik sloom terwijl ik m’n blik kwansuis over het blad laat glijden, zonder echt te lezen wat er staat.

‘Het is een standaardformulier Erik. Gewoon onderaan tekenen…eh…graag.’ Ze kucht alweer.

‘Ah, hierzo.’

Omdat het kennelijk aanstekelijk werkt, kuch ik nu ook kort en droog, net als zij, en ik doe het totaal onbewust, hetgeen ik zelf erg grappig vind. Grinnikend plaats ik m’n handtekening, met overdreven lange halen, zodat mijn E een deel van de tekst doorkruist. Zodra ik klaar ben, grist ze het document uit mijn handen en in een geoliede handeling schuift ze mij een nieuw papier door.

Zo gaat het nog even door en als we door de stapel heen zijn geeft ze mij enkele exemplaren terug.

‘Die zijn voor jou,’ voegt ze er nukkig aan toe.

‘Dankjewel Daisy,’ zeg ik overdreven joviaal.

‘Wel,’ piept ze, ondertussen aanstalten makend om op te staan. ‘Dat was het dan.’

Jammer, het was net leuk aan het worden. Een ding wil ik echter nog weten. Ik schraap m’n keel en vraag aarzelend: ‘Euhm, zeg eens… Wat gaat er eigenlijk met Yama gebeuren?’

Een vraag die ze niet had verwacht. Ze laat zich terug neervallen in haar stoel, kucht tweemaal, vouwt haar handen in elkaar en zegt zakelijk: ‘Daar…eh… hebben wij nog geen besluit in genomen.’

‘Ach zo,’ antwoord ik, waarachtig verbaasd omdat ik voor zeker dacht dat zij ook zou moeten opkrassen. ‘Wel, Daisy, je moet weten: Yama was, eh ís een uitstekende studente. Zonder overdrijven een van de meest getalenteerde, intelligente meisjes in mijn colleges. Ik zou het jammer vinden, voor haar en voor de school, moest zij haar studies hier niet mogen voortzetten. Ik bedoel, het was één dwaze daad en één misstap hoeft toch niet meteen zo drastisch te worden afgestraft, wel?’

Ze gromt weer wat, ik twijfel sterk of het woorden zijn. Ze denkt wellicht dat ik nog steeds met haar aan het dollen ben, maar dit meen ik echt. Ik wil niet dat Yama van school wordt geschopt, het verbaast me eerlijk gezegd zelf, maar ik geef echt wel om haar. Zo blijkt. Dus ik ga verder: ‘Weet je, het was ook volledig mijn schuld. Ik ben…eh…nogal gevoelig voor vrouwelijk schoon. Zeker voor mooie jonge meisjes als Yama, zo…eh…puur en… Enfin, laat maar, wat ik wil zeggen is: wat je gisteren zag, gebeurde volkomen op mijn instigatie. Oh, ik bedoel, het was geen…verkrachting of zo, jezus nee, zij was totaal…eh…welwillend? Zeg ik dat nu goed?’

Ik denk dat ze me verkeerd begrijpt want ze wordt weer rood als daarstraks. Zelfs meen ik haar tanden te horen knarsen. Maar nog steeds geen woord, zelfs geen knikje of wat dan ook.

Fuck! Dadelijk denkt ze nog dat ik haar verkracht heb.

Dat standje van gisteren was ook, nou ja, redelijk brutaal. Shit, shit, foute boel. Mijn dossier!

Ik moet dit uitleggen, dus ik blijf doorgaan, hopeloos en stuntelig: ‘Wat ik…Ik wil maar zeggen: de seks die je zag, gebeurde met wederzijdse toestemming. Totaal wederzijds, ik bedoel…Yama was…eh, ik…er was ook voorspel, zij…enfin…ik heb haar eerst… ik wil maar zeggen, ik heb haar niet brutaal vastgegrepen of zo… Hoewel – maar dat had ze graag…het was niet gewelddadig, of toch niet echt… Yama heeft het graag…een beetje ruw?’

‘Erik!’ schreeuwt ze plots. ‘Genoeg! Eruit!’

‘Sorry, Daisy, maar ik vrees dat je niet begrijpt wat ik bedoel. Ik druk me misschien verkeerd uit. In een notendop: de seks van gisteren zag er misschien ruw uit, de manier waarop ik haar…eh…nam, maar dat heeft ze graag, ze vindt dat leuk en opwindend. En bovendien, wat jij níet zag…eh…enfin, eerst heb ik haar…eh…lieflijk, volkomen lieflijk…eh…gebeft en zo? Ik bedoel maar: het was totaal wederzijds, een echt liefdesspel, geen…eh…enfin, we hadden er allebei zin in, zij was…. weet je wel…’

Ik zoek naar een ander woord, maar vind er geen: ‘Ze was… Nat?’

‘Erik!’ Ze richt zich woest op en staat op haar benen te trillen. Vlokken speeksel landen op centimeters van mijn armen.

‘Eh…wat?’ stamel ik.

‘Yama! Is! Mijn! Dochter!’

‘Oh.’

Advertenties